Het uur U – over vertwijfeling en mogelijkheid bij Kierkegaard

 

Toen de Deense denker Sören Kierkegaard 22 jaar oud was besloot hij zijn zomervakantie door te brengen in het vissersdorp Gilleleje, bij de noordelijkste punt van het eiland Sjaelland, waarop ook Kopenhagen ligt. Hij genoot intens van de stilte en de overweldigende schoonheid van de natuur en toen hij een avond op de hoge klif over de zee uitkeek leek het hem alsof:

‘die paar geliefde doden uit hun graf gekomen waren, of beter: het leek me alsof ze niet dood waren. Ik voelde me zo goed in hun midden, ik rustte in hun omhelzing, het was of ik buiten mijn lichaam was en met hen in een hoge ether zweefde en de hese schreeuw van een meeuw herinnerde mij eraan dat ik daar alleen stond en alles verdween voor mijn oog en ik keerde terug met een hart vol weemoed om me in het gedrang van de wereld te mengen, maar zonder zulke gelukzalige momenten te vergeten.’  

Kierkegaards ervaring, daar op die klif, doet mij denken aan die regels uit het beroemde gedicht van Nijhoff: De stilte die dan ontstaat / is een stilte, niet slechts naar de vorm / een stilte voor de storm / maar een stilte van het soort / waar dingen in worden gehoord / die nog nimmer het oor vernam. De geliefde doden die Kierkegaard in deze stilte terugvindt zijn z’n moeder, twee zusters en broer, die hij al op jonge leeftijd verloren had. Zijn ervaring, de taal waarin hij deze tot uitdrukking brengt, zal in bepaalde intellectuele kringen waarschijnlijk een wat meewarig lachje tevoorschijn roepen. Want ja, wat aan te vangen met dit hemelse visioen uit de mond van een filosoof die nota bene tot één van de vaders van het existentialisme wordt gerekend? Wat bezielt deze denker om zich zo te laten gaan, het redelijke verstand zo laconiek te offeren aan een bijna mystieke bewogenheid?

Read more

De plaats waar ik sta  – Buber, Kierkegaard en Hammarskjöld over mens zijn

 

‘Het enige wat mij te doen staat, is bij mijzelf te beginnen, en op dat ogenblik heb ik mij om niets ter wereld te bekommeren dan om dit begin.’[1]

Met deze enkele zin raken we meteen aan de kern van Bubers gedachtegoed en in het bijzonder van het boekje waar het citaat uit afkomstig is: De weg van de mens. Martin Buber (1878 – 1965) was filosoof, bijbelkenner en psycholoog en groot kenner van de joodse literatuur en traditie, met name de chassidische traditie van het Oost-europese jodendom. Hij wordt beschouwd als een bemiddelaar tussen de bedreigde traditionele joodse wereld in het Oosten en de westerse wetenschappelijke en rationalistische moderne tijd. Centraal in zijn denken staat de oprechte ontmoeting tussen mensen onderling, en tussen mens en God. Het hele leven en alle levensterreinen worden benaderd vanuit deze conditie. De essentie van het menselijke leven houdt voor hem in dat dit ten diepste dialogisch is, dat alle werkelijk leven ontmoeting is. Die levenshouding komt ook naar voren in zijn beroemde uitspraak: ‘Ik heb geen leer, ik voer een gesprek’.

Read more

Een idee om voor te leven en te sterven – de opgave van zelfverwerkelijking bij Kierkegaard  

Veruit de meeste mensen beschouwen de vrijheid om het leven naar eigen inzicht vorm te kunnen geven, om jezelf te kunnen zijn, als de belangrijkste en meest waardevolle vrucht van de moderne westerse beschaving. Toch kleeft er aan deze vrijheid ook een schaduwzijde die volgens verschillende invloedrijke denkers nu juist precies gelegen is in de diepgewortelde, moderne hang naar authenticiteit en zelfontplooiing.[1] Door alleen nog met onszelf en onze eigen belangen en projecten bezig te zijn is de moderne, westerse samenleving volgens hen in een diepe existentiële crisis beland die haar niet alleen van binnenuit uitholt maar ook in toenemende mate kwetsbaar maakt. De vraag is echter in hoeverre hiermee niet ook de positieve kant van het moderne authenticiteitsideaal aan het zicht wordt onttrokken en zo, met het hameren op de ‘ontaarde’ en narcistische kant ervan, het kind met het badwater wordt weggegooid. Met deze kwestie in het achterhoofd exploreren we in dit essay het ideaal van zelfverwerkelijking bij een denker uit de westerse traditie die er zijn levenswerk van maakte: de Deense schrijver Sören Kierkegaard.

Read more

‘Ik vind er wat van dus ik besta’ – het adagium van een meningencultuur

shoutEen grootschalige crisis komt in ons land nooit alleen. Ook de vluchtelingencrisis is hier weer een goed voorbeeld van. In haar kielzog doemt een gigantische meningenbrij op die door de hongerige (sociale) media gretig wordt opgeslokt en weer uitgespuwd om daarna veelvuldig te worden herkauwd. ‘Delen’ noemen we dat. Hoe nijpender en complexer de crisis, hoe weliger de meningenbrij groeit en bloeit, bijeengehouden en gestut door onze ‘vrijheid van meningsuiting’, een massaal gedeelde waarde en verworvenheid waar we trots op zijn, waar we voor mogen stáán. Kortom, vrijheid van meningsuiting is gewoon een kwestie van doen. Read more

Het waagstuk van de enkeling – over innerlijkheid en existeren bij Kierkegaard

 

‘Mijn voornaamste gedachte was, dat men in onze tijd door het vele weten heeft vergeten wat existeren en innerlijkheid eigenlijk betekenen.’ [1]

 

Inleiding

KierkegaardEén van die opvallende karakteristieken van onze tijd is de enorme hang naar authenticiteit. Hoe vaak klinkt niet, bij persoonlijke onrust of tegenslag, het advies om toch vooral te proberen (bij) jezelf te blijven. Gewoon jezelf zijn is bijvoorbeeld ook handig als je voor een belangrijke en spannende uitdaging staat, een presentatie of sollicitatiegesprek, een eerste kennismaking enz. Niet alleen in de privésfeer maar ook in het onderwijs, het bedrijfsleven en de politiek blijkt het nuttig om jezelf te zijn. Read more

De kunst van het zwijgen

Lotus robot: peace angels from the futureHet zijn veelgehoorde kreten tegenwoordig: leef in het nu, geloof in jezelf, geniet van het moment! Wat in deze goedbedoelde adviezen doorklinkt is de druk om er op eigen houtje iets van te maken: ‘het leven is een feest, maar je moet wel zelf de slingers ophangen.’ Maar is dat waar het om gaat? Met het oog op deze vraag laat ik mij in dit artikel gidsen door drie mystieke denkers: Sören Kierkegaard, Meister Eckhart en Dag Hammarskjöld. Read more

Leven zonder waarom – eenvoud bij Meister Eckhart

Meister EckhartHet heeft ruim zeven eeuwen geduurd voordat zijn werk opnieuw in de belangstelling kwam, maar tegenwoordig staat Meister Eckhart (ca. 1260 – 1327). bekend als één van de grootste mystici van de Westerse geschiedenis. Hoewel sommige Eckhart-deskundigen betwisten of de Duitse dominicaan – vanwege zijn rationalistische denkwijze – eigenlijk wel getypeerd kan worden als mysticus, vormt de  unio mystica, de goddelijke eenwording, de onbetwiste hoeksteen van zijn prediking. Read more

Heidegger – Dialectiek van het Dasein

In 2001 verscheen het boek De verwaarlozing van het zijnde: een ethologische kritiek van Heideggers Sein und Zeit van filosoof Ad Verbrugge. De inzet van zijn boek is aan te tonen dat Heideggers analyse van het menselijk bestaan niet radicaal genoeg is, dat deze uiteindelijk abstract blijft en niet weet door te breken naar de concrete individualiteit. Het probleem is volgens Verbrugge dat Heidegger in zijn analyse geen aandacht besteedt aan het gegeven dat het menselijk bestaan altijd míjn bestaan is, met een persoonlijke levensgeschiedenis en concrete sociale context. Bij Heidegger blijft het Dasein, als individu, een van alles en iedereen gescheiden persoon die in volstrekte eenzaamheid zijn bestaan op zich heeft te nemen, dit alles in het zicht van de dood, aldus Verbrugge. Read more

Meister Eckhart – Toen alle dingen in stilte zwegen

‘Midden in de nacht, toen alle dingen in stilte zwegen, toen werd tot mij gesproken een verborgen woord.’[1]

Hond-kind2‘Over God wil ik zwijgen’, luidt een beroemde uitspraak van de Duitse filosoof/mysticus Meister Eckhart (ca. 1260- ca. 1327). Het is Eckhart ten voeten uit, en dat moet ook C.O. Jellema hebben gedacht toen hij op zoek ging naar een  titel voor zijn prachtige Nederlandse uitgave van Eckharts preken en traktaten. Toch doen de woorden op het eerste oog wat wonderlijk aan voor iemand die zijn hele leven lang niet anders deed dan prediken, delibereren en schrijven over God. Daar moet toch meer achter schuilen… Read more

Over het begrip ‘vrijheid’ bij Heidegger

landschap2Heideggers vrijheidsdenken komt nog het meest expliciet naar voren in twee van zijn werken: Vom Wesen des Grundes (1929) en  Vom Wesen der Wahrheit (1930)[1]. In het eerste boekje heet de vrijheid ‘vrijheid tot de grond’ (Freiheit zum Grunde). In  het tweede verschijnt vrijheid ten tonele als ‘het laten-zijn van het zijnde’ (das Sein-lassen des Seienden). Wat verstaat Heidegger onder deze beide formules, hoe verhouden deze zich tot elkaar en in welk opzicht verschilt Heideggers vrijheidsbegrip van wat de moderne mens gewoonlijk onder vrijheid verstaat? Read more

Meister Eckhart, mysticus… of filosoof?

images (4)Eckhart von Hochheim (1260-ca. 1328), beter bekend als Meister Eckhart, gaat tegenwoordig voor velen door als één van de grootste mystici uit de Westerse geschiedenis. Hoewel Meister Eckhart in de eerste plaats als mysticus beschouwd wordt, onderscheidt hij zich echter van andere christelijke mystici zoals Johannes van het Kruis, Johannes Tauler en Jan van Ruusbroeck door zijn filosofische taal en onderlegdheid. Read more

Meister Eckhart – een Filosofie van Vrijheid

ganzenEen van de belangrijkste thema’s in het werk van Meister Eckhart is het thema van de Godsgeboorte in de grond van de ziel. Voor Eckhart is de natuur van de mens, in de zin van zijn vervulling/voleinding, de vereniging met God. Maar wat is de implicatie van dit deelachtig zijn aan God, voor die mens? En waar wordt hij in de kern deelachtig aan? Wie of wat is nu precies deze God van Eckhart?  Read more

Analyse van de Quaestio Parisiensis I van Meister Eckhart

Portal_Predigerkirche_Erfurt1Van Meister Eckhart zijn vier ‘Quaestiones’ oftewel: scholastieke vraagstellingen bewaard gebleven. In de volgende twee paragrafen volgt een beknopte bespreking van de Quaestio Parisiensis I, waarin de  vraag naar de identiteit van zijn en kennen (intelligere) in God centraal staat.[2] In deze quaestio presenteert Eckhart zijn beroemde – en voor die tijd nogal tegendraadse – these, namelijk dat God kennen is (deus est intelligere) en niet zijn. In paragraaf drie en vier gaan we over tot een analyse van Eckharts centrale these: Waarom is God kennen en niet zijn? Read more

Arthur Rimbaud – ‘Je est un autre’

images (9)In het voorjaar van 1871 legt de 16-jarige Arthur Rimbaud in twee brieven, de zogenaamde Zienersbrieven, zijn opvattingen over het dichterschap vast: Achter de banale wereld van alledag gaat een andere, nog ongekende werkelijkheid schuil. Het middel om tot deze werkelijkheid van volmaakte geestelijke vrijheid te komen is de poëzie; een poëzie die niet langer uitdrukking is van het eigen ik maar voertuig om tot deze ongekende werkelijkheid door te dringen. Hiertoe dient de dichter zichzelf tot ziener te maken. Read more