Nieuwe leergang: Vrijheid en het goede leven – wijsheidsperspectieven op werk en bestaan

Laatst zag ik een filmpje waarin mensen op straat werd gevraagd wat vrijheid voor hen betekent. Veel van de ondervraagden koppelden het onmiddellijk aan keuzevrijheid. Aan zelf kunnen bepalen hoe je leeft en wat je doet, zonder hierbij door een ander gehinderd te worden. Maar gaat vrijheid niet ook dieper dan dat? In zijn beroemde toespraak ‘I have a dream’ sprak politiek leider en burgerrechtenstrijder Martin Luther King onder andere de volgende woorden:

Er is niets belangrijker in de wereld dan vrijheid. Vrijheid is het waard om opofferingen voor te doen, het is het waard om er je baan voor te verliezen, het is het waard om er voor in de gevangenis te zitten. Ik ben liever een vrije pauper dan een rijke slaaf. Ik zou liever sterven in bittere armoede met mijn overtuigingen, dan leven in weelde zonder zelfrespect.

Vrijheid wordt in dit citaat verbonden met het leven vanuit innerlijke overtuigingen. In zijn strijd voor vrijheid en gelijke burgerrechten liet King zich onder andere leiden door het diepe besef dat werkelijke verandering niet tot stand komt door fysiek geweld maar door ‘de kracht van de ziel’. Hier geloofde hij in, het was zijn overtuiging en hij werd hierin gevoed door bronnen die hem persoonlijk raakten. Vrijheid is bij King een doorleefde vrijheid, geworteld in de ervaring van onvrijheid. Die doorleefde ervaring is voor veel mensen afwezig waardoor vrijheid gemakkelijk een abstractie wordt, een oppervlakkig begrip. Juist hier kunnen verhalen en bronnen dan ook een belangrijke rol vervullen.

Read more

De plaats waar ik sta  – Buber, Kierkegaard en Hammarskjöld over mens zijn

 

‘Het enige wat mij te doen staat, is bij mijzelf te beginnen, en op dat ogenblik heb ik mij om niets ter wereld te bekommeren dan om dit begin.’[1]

Met deze enkele zin raken we meteen aan de kern van Bubers gedachtegoed en in het bijzonder van het boekje waar het citaat uit afkomstig is: De weg van de mens. Martin Buber (1878 – 1965) was filosoof, bijbelkenner en psycholoog en groot kenner van de joodse literatuur en traditie, met name de chassidische traditie van het Oost-europese jodendom. Hij wordt beschouwd als een bemiddelaar tussen de bedreigde traditionele joodse wereld in het Oosten en de westerse wetenschappelijke en rationalistische moderne tijd. Centraal in zijn denken staat de oprechte ontmoeting tussen mensen onderling, en tussen mens en God. Het hele leven en alle levensterreinen worden benaderd vanuit deze conditie. De essentie van het menselijke leven houdt voor hem in dat dit ten diepste dialogisch is, dat alle werkelijk leven ontmoeting is. Die levenshouding komt ook naar voren in zijn beroemde uitspraak: ‘Ik heb geen leer, ik voer een gesprek’.

Read more